Economie

06 JULI 2021

Dolf Stelpstra start na pensionering zijn eigen makelaarsbedrijf

“Wat zou ik eens kunnen doen na mijn pensionering?” Veel mensen bij wie de pensioendatum in zicht komt vragen zich dat af. Maar de Groningse makelaar Dolf Stelpstra, tot begin vorig jaar werkzaam voor Cushman & Wakefield en DTZ Zadelhoff, maakte zich daar geen zorgen om. Hij wist precies wat hij wilde: een eigen makelaarsbedrijf beginnen. Stelpstra (67) trok in februari vorig jaar voor het laatst de deur achter zich dicht bij zijn werkgever, en ging een dag later aan de slag bij wat nu heet: DMS STELPSTRA. Zijn kantoor, gevestigd in een statig pand aan de Heresingel, is gespecialiseerd in commercieel vastgoed, vaak in samenhang met wonen.

‘Ik ben in totaal nul dagen met pensioen geweest. Ik vond het héerlijk om voor me zelf te beginnen, een nieuwe uitdaging tegemoet’, vertelt Stelpstra. Hoewel hij een relatiebeding had, vond zijn vroegere werkgever het prima dat hij zijn eigen bureau begon en zonder ook maar iets in de weg te leggen een groots gebaar van zijn vroegere CEO.

Maar waarom haalde hij zich de sores van een eigen bedrijf op de hals, terwijl hij ook onbezorgd op vakantie zou kunnen of iedere dag een mooie fietstocht kan maken? “Werken is te mooi om er mee te stoppen, en van werken ga je niet dood. En het scheelt natuurlijk veel dat mijn werk ook mijn hobby is. Tussen de mensen staan, het begeleiden en adviseren, en uiteindelijk een hand geven als er een deal is gesloten: práchtig!”, aldus Stelpstra.

Hij kent de Groningse zakenwereld als geen ander. Hij was onder meer achttien jaar actief voor de Groningen City Club.

Corona

Lastig werd het echter wel kort na de start: in maart 2020 brak corona uit. Dat was lastig, maar al gauw kwamen de activiteiten weer op gang. Zijn bureau werd al snel versterkt met de jonge makelaar Lesley Kuiper.

Samen vormen ze nu DMS STELPSTRA, waarmee het aanbod aan commercieel vastgoedmakelaars in Groningen is uitgebreid tot acht: Cushman & Wakefield, Kooistra Feenstra, Overduin & Casander, Boomgaard, Thijsen Vos, Nextfund, en Boekenrode waren er al.

Stelpstra denkt dat hij zich kan onderscheiden van die reeds langer gevestigde bedrijven. “Omdat we tot het gaatje gaan en we ons niet ergens snel vanaf maken. We willen ons doel halen en een erg tevreden klant. In de te leveren dienst willen wij waarde toevoegen, we willen er voor de klant toe doen”, zo is zijn ambitie.

Volgens Stelpstra zijn er tegenwoordig wel mensen die vastgoed willen kopen of verkopen zonder makelaar, om kosten te besparen. “Maar makelen is een echt vak. Wij denken dat we zóveel voor de opdrachtgever kunnen betekenen dat de kosten daarmee snel zijn terugverdiend en dat wij meer en soms echt veel meer hebben bereikt dan zonder makelaar mogelijk was. Pandeigenaren zijn zich daarvan niet altijd bewust maar het loont om een goede adviseur naast je te hebben”.

Situatie van het vastgoed

Zoals bekend is de situatie in het vastgoed momenteel bizar, zeker op de woningmarkt, met de extreem gestegen prijzen.

Maar ook in het commercieel vastgoed gaan de zaken bijzonder goed: er is veel vraag, en relatief weinig te koop. Veel beleggers uit het midden en westen van Nederland láchen om de prijzen van het Noordelijk commercieel vastgoed, en betalen blindelings al 26 keer de huuropbrengst. Enkele jaren geleden was dat nog 17 keer. Het gaat in dit voorbeeld dan over woningen welke kamergewijs verhuurd zijn met vergunning.

Wat de situatie van de woningmarkt betreft vindt Stelpstra dat er ten onrechte met een beschuldigende vinger wordt gewezen naar de particuliere beleggers  die de prijzen opdrijven. “Ik vind dat niet terecht. Het overgrote deel van beleggend Nederland maakt goede producten en voldoet aan de vraag en de behoefte. Veel particuliere beleggers zorgen ervoor dat panden in goede staat blijven. Overheden waren maar al te blij met de inzet van deze beleggers die binnensteden weer leefbaar maakten en ervoor zorgden dat er meer en beter gewoond kon worden”.

Dat de prijzen zo hard stijgen en dat het aanbod zo gering is heeft volgens Stelpstra andere oorzaken. Zoals het feit dat het kabinet de verhuurdersheffing invoerde waardoor woningbouwcorporaties ineens te weinig financiële armslag overhielden en daardoor ze al jaren te weinig sociale huurwoningen hebben kunnen bouwen.

Gemeente als ontwikkelaar ?

Dat de gemeente Groningen heeft aangekondigd zelf meer projecten zelf te willen ontwikkelen middels een eigen ontwikkelingsbedrijf, daar heeft Stelpstra geen hoge verwachtingen van. “Ik kan je nu al voorspellen dat dat veel te duur en veel te stroperig gaat worden. De gemeente moet extern deskundigen inschakelen, ontwikkelaars van de dure bureaus, en dat gaat de belastingbetaler in Groningen merken. De gemeentelijke overheid staat in dienst van haar burgers en haar bedrijven en moet vooral faciliteren. Daar dient een gemeente voor te staan. En zeker geen bedrijfje willen gaan spelen want daar zal ze nooit goed in worden. De gemeenteraad en het college van B&W slaan daarmee de plank volledig mis. De gemeente moet de beleggers niet proberen te weren in Groningen want daarmee los je het probleem echt niet op. De oorzaak van de woningbouwproblematiek is een heel andere en mag niet de ondernemende beleggers worden aangewreven. Het leidt wel erg gemakkelijk af maar is niet eerlijk.”

Leegstand binnenstad?

Hoe kijkt hij als commercieel vastgoed specialist aan tegen de situatie in de binnenstad, waar panden leegkomen omdat bedrijven in detailhandel of horeca de corona crisis niet hebben overleefd?

“Het antwoord op de dreigende leegstand in de binnenstad is dat je de binnenstad divers moet maken. Je moet zorgen dat je alle functies in de stad terugkrijgt: niet alleen winkel en horeca, maar ook werken en wonen en recreëren. Zoveel mogelijk functies, en ook oude ambachten moeten terug. Op die manier denk ik dat de binnenstad een geweldige toekomst voor de boeg heeft. Het is dus geen bedreiging, maar een uitdaging om de stad mooier en exclusiever te maken dan die ooit is geweest! Ook met spelende kinderen. Kijk naar het oude Italië, waar je alle functies vaak nog in centrumgebieden hebt en waar veel te beleven is. Zorg dat er leven is en variatie en de strakheid van bestaande bestemmingsplannen mag wel eens goed op de schop.”

“Hopelijk is de overheid meewerkend. Een bestemmingsplan moet niet heilig zijn, want als je nieuwe ontwikkelingen mogelijk wilt maken, en er dient zich een nieuwe invulling aan, dan moet er soms snel geacteerd kunnen worden. Dus als we er in Groningen samen de schouders onder kunnen zetten, en de overheid geeft ruimte aan ondernemersinitiatieven, dan ben ik ervan overtuigd dat er nog heel veel moois in het verschiet ligt voor de binnenstad, en de rest van Groningen”, aldus Dolf Stelpstra.

 

Boven: Dolf Stelpstra (rechts) en Lesley Kuiper. Foto: Johan Bosma/Fotostijl

Gerelateerd Economie Groningen City Club (GCC)
Dolf Stelpstra start na pensionering zijn eigen makelaarsbedrijf
Dolf Stelpstra start na pensionering zijn eigen makelaarsbedrijf